Het vastleggen van de waardevolle kennis van een authentieke sjamaan

In de Leer bij een Authentieke Sjamaan in de Xingú, Mato Grosso, Braziliaanse Amazone*

Tacumã - pajé en cacique (opperhoofd) van de geïsoleerd in de Boven-Xingú levende indianenstam de Kamayurá - nodigde Marc tijdens het maken van een filmdocumentaire uit zijn toegewijde leerling te worden gedurende de tijd dat hij als zijn stamgenoot in hun aldeia (dorp) zou doorbrengen, ver weg langs de bovenloop van de rivier de Xingú. Hij had daarmee een duidelijke bedoeling: zijn intellectuele eigendom te redden voor het nageslacht van zijn tot de Tupi-Guaraní behorende Indianenstam die van oudsher het gebied langs de Boven-Xingú bewonen.  Op hoge leeftijd, ongeletterd, en niet in staat een opvolger te rekruteren uit de jonge generatie van zijn volk, was Marc’s leermeester Tacumã Kamayurá zich terdege bewust van het gevaar de edele, niet in waarde uit te drukken kennis te verliezen die door de eeuwen heen overgedragen nu alleen in zijn geheugen was opgeborgen. Ze sloten daarom een herenakkoord dat Marc Tacuma’s heelkunst in zijn geheel in woord, beeld en geluid zou vastleggen en niets ervan zou doorspelen aan de farmaceutische industrie.

Zo kwam Marc een tijd te leven onder het volk van de Kamayurá en heeft hij een sluiertje kunnen oplichten van de magische wijze waarop authentieke sjamanen te werk gaan, waarop hun farmaceutisch compendium of handboek van traditionele geneesmiddelen in de loop van vaak vele honderden jaren is neergelegd – niet zoals algemeen gedacht wordt op basis van ‘trial and error’ maar op basis van de zogenaamde signatuurleer, al bekend uit het Europa van de vroege Middeleeuwen. Daarnaast heeft Marc zich ook verdiept in het animistisch geloven, de rituelen, ethiek, sociale structuur en culturele verworvenheden van een der laatste nog oorspronkelijk levende inheemse volkeren op aarde.

                                                                                 

Elke dag nam Tacumã Marc het veld in, de oerbossen, struiksavannes, moerassen, kreken en meertjes rondom het  meer van Ipavú. Hij onderwees hem alles over de plaatselijke flora en fauna, met name de planten en dieren die voor medicinale doeleinden gebruikt worden. Marc legde een herbarium aan voor latere identificatie, fotografeerde elk onderdeel, en legde Tacumã’s commentaar, uitleg en anekdotes vast op video, zowel in het Kamayurá als het Portugees. Hij leefde samen in een van de acht enorme malocas (gemeenschapshuizen) en nam deel aan de collectieve visvangst, aan de vele ceremonies en feesten die gepaard gingen met elke geslaagde helingsessie, en aan het jaarlijks gehouden dodenherdenkingsfeest Kuarúp. Als leerling-sjamaan leerde hij hoe authentieke medicijnmannen werken, hoe zij onder invloed van hallucinogenen in nauw contact met de bosgeesten nieuwe remedies en kuren ontwikkelen, en dat zij alle planten en dieren uit hun omgeving bij naam kennen. Marc zal treffende voorbeelden hiervan in het boek opnemen, zoals het door Tacumã zelf ontdekken van een werkzaam medicijn ter bestrijding van een virale kinderziekte – kippen- of apenpokken – toen zijn stam gedecimeerd werd door dit soort door de blanke geïntroduceerde ziekten. Ook zal hij uitgebreid een aantal helingkuren van zieke stamgenoten beschrijven en stilstaan bij aldaar voorkomende ziekten, zoals malaria, geslachtsziekten, tetanus, hondsdolheid en bushyaws (leishmannia). Het meest in het oog springende deel van de uit de plaatselijke natuur gehaalde apotheek van de Kamayurá zal behandeld worden zonder de wetenschappelijke namen van medicinale planten en dieren te onthullen, daarbij het herenakkoord respecterend dat Marc indertijd met de sjamaan Tacumã gesloten heeft.